De RAI binnenstappend is het ‘beursgebouwgevoel’ al snel verdwenen. We zijn hier met meer dan een doel en beogen een ‘ollekebolleke- effect’: een gezellige dag met ons drieën en als bezoekers van het Symposium Terminale Thuiszorg, lijkt het ons een uitstekende plek om de ‘verdrietbrieven’ te presenteren en aan de man te brengen. Sil heeft deze kleurrijke brieven speciaal voor kinderen ontworpen, zodat die bij het verlies van een familielid hun vriendjes hiermee voor de uitvaart kunnen uitnodigen en zo hun verdriet kunnen delen.
We zijn met ons drieën. Voor mijzelf geldt dat ik, als student aan de tweejarige opleiding stervensbegeleiding, me interesseer voor dit symposium. We zijn alledrie geboeid door dit thema. Vriendin Monica, uitvaartondernemer is initiatiefnemer van het verschijnen van de ‘verdrietbrief’. Voor bekendheid over deze brieven blijken de vele symposiumdeelnemers het juiste publiek. De sfeer is ontzettend goed, zo ook de sprekers.
Tijdens het gezellige geroezemoes voor de start van het programma, en in de lunchpauze hebben we voldoende ruimte om de brieven en condoleancekaarten te verkopen en om in gesprek te gaan met mensen over verlies en rouw.
Als we horen dat de slotverrassing op het programma een voorstelling van Herman van Veen zal zijn, raken we nog meer geïnspireerd. Wat als Herman tijdens een van zijn voorstellingen de verdrietbrieven in de schijnwerpers wil zetten.
Een idee is geboren. Als het einde van de voorstelling nadert, glippen we stilletjes de zaal uit en gaan door een wirwar van gangen op zoek naar de kleedkamer van Herman van Veen. We gaan af op het geluid van een stofzuiger en vragen aan het meisje dat het apparaat bedient, waar we moeten zijn. Even later slagen we erin door de beveiliging te komen. De medewerker in herkenbaar RAI-kostuum, opent het rode koord tussen ‘gouden’ afzetpalen en vraagt ons plaats te nemen op een bankje nabij de kleedkamer van Herman.
Seconden worden minuten en tijd wordt stroop. Wat hebben we nu weer in ons hoofd gehaald? Dan horen we praten. Oef, hij komt eraan! We krijgen een hoogrode kleur van opwinding en zenuwen in onze buik. Wat nu?
“Dag dames”, Herman kijkt ons verbaasd vragend aan.
Plotseling lijken onze woorden de benen te hebben genomen. Het is stil, oorverdovend stil…
“Jullie willen mij spreken? Vooruit dan maar” en hij opent de deur van de kleedkamer. Met het gevoel tussen drempel en deur te zitten, stappen we naar binnen.
