Wat zal er gebeuren, nu we niet langer dromen, maar gewoon springen?
We waarderen het uitreikende gebaar van Yarden ten zeerste. Een gegeven paard mag je niet in de bek kijken, maar dat is precies wat we wel gaan doen.
De lucht is vergeet-me-nietjes blauw als we vertrekken en met een thermoskan koffie gaan we op pad. Een paar dagen rijden we dwars door Nederland om crematoriumtuinen onder de loep te nemen. Lekker luidkeels ‘Spotifietjes’ meezingen, bijpraten en ideeën ventileren. Door het autoraam zien we bossen, heide en andere prachtige natuur aan ons voorbij trekken. Ons land is door zijn afwisseling echt prachtig.
Van Groningen tot Limburg, van Noord-Holland tot Gelderland, overal worden we vriendelijk ontvangen. Het is jammer, maar helaas voldoet voor ons geen enkele tuin; te klein, te vol, te clean. Zo is dat in 2002. Tegenwoordig is dit beter en zie je af en toe een stiltegebied bij een crematorium of een sfeervol park erom heen.
Voor het wereldmonument denken we aan een stenencirkel van mensgrote stenen, met in het hart van de cirkel een kunstwerk, een roos. We dromen groot en zien het voor ons met een diameter van zo’n 30 meter met veel ruimte erom heen.
Bij dit project, dat zo onverwacht en verrassend op onze weg kwam, hebben we weer eens de ingesleten snelweg achter ons gelaten en zijn gaan dwalen zonder navigatie. Dat gaat zo, als Sil en ik samen iets ondernemen. Lekker struinen over zandweggetjes en onszelf toestaan te verdwalen.
Onverrichter zaken komen we na een paar dagen terug. Jammer, maar niet getreurd. We kregen een dieper inzicht in wat we willen: het Monument voor het Onbekende Kind hoort niet in een crematoriumtuin. Het gaat een monument worden, waarbij het leven van kinderen die gemist worden, gevierd wordt. Het verdient een prachtige plek, een openbaar terrein met veel ruimte.
Hoe zal het vallen bij Yarden dat we hun ruimhartige aanbod afwijzen?
