3. De ‘Bomenkathedraal’ in Veenpark De Wereld van Veen

Een week later wandelen we met Herman en Harry (directeur bij De Wereld van Veen) door het Veenpark. We boffen, het is een helderblauwe voorjaarsdag en we maken een bijzondere wandeling. Harry laat ons plekken zien waar het verleden van de veenarbeiders in de twintigste eeuw weer tot leven komt. De geschiedenis is bijna tastbaar.

We ontdekken niet alleen de verhalen van leven en werken in die tijd, maar achter in het park, omgeven door groen, ook een prachtige locatie voor het monument. We staan stil en laten de omgeving op ons inwerken. Een serene groene open plek omzoomd door dunne hoge bomen in een klein bos, een bomenkathedraal. Een briesje danst door de nu nog kale takken en een zachte zon verlicht de plek. De grond is bedekt met gevallen bladeren die onze voetstappen dempen en de lucht is gevuld met de frisse geur van het vochtige blad. Verder weg klinkende geluiden vanuit het park lijken te verdwijnen als een vogeltje vrolijk fluit. Hier vind je rust om te reflecteren, hier kunnen mensen samenkomen en verhalen delen.

Het behoeft geen discussie, de open plek in het kleine bos is de juiste plek voor het monument.

Teruglopend lopen we vooruit op alles wat er nu geregeld moet worden. Als we later in het parkrestaurant een hapje eten, stelt Herman voor om een gedicht bij het monument te plaatsen en rolt ter plekke het kleine gedichtje ‘Lieverd’ uit zijn pen.

‘Lieverd

Leven is als sneeuw

Je kunt het niet bewaren

Troost is dat jij er was

Uren, maanden, jaren’.

Bij het afscheid zegt Herman dat hij al een datum heeft voor de onthulling van het monument en noemt 3 juli omdat hij daarna de hele zomer niet in Nederland zal zijn. Het is al april. Hoe gaan we dit klaarspelen? We laten niet merken dat we van zijn voortvarendheid schrikken. Dit gaat ons lukken, toch?

Tijdens de terugrit is de sfeer in de auto vol energie en verbondenheid. We zijn levendig en uitgelaten en ideeën voor een ontwerp van het monument rollen over elkaar heen en stoten elkaar om als dominostenen, maar één blijft er overeind.

Die plek in de natuur met verstilde sfeer vraagt om een passend ontwerp. In Sil is een idee aan het ontstaan met in de hoofdrol een dikke levende eik. “Ik laat het sudderen en kom met een ontwerp”, zegt ze.

Hoe komen we aan die eik en hoe aan geld? Met die vragen gaan we uit elkaar.

Nog geen half uur later krijgen we een telefoontje van Monica. In de landelijke omgeving van haar huis zag ze, bijna thuis, flink dikke gerooide bomen langs de weg liggen.

Morgen gaan we er met z’n drieën op af. Met een gevoel van nieuwsgierigheid kunnen we bijna niet wachten om te ontdekken wat er met deze bomen is gebeurd, van wie ze zijn en of er wellicht een eik bij is, die ‘de onze’ kan worden?