


1999 2000
Deze wortels en kruin geven de plaats aan waar mensen al die kinderen herinneren die nooit toekwamen aan groei. – Ineke Woestenburg
En dan is het zover. Het monument is klaar en alles is voorbereid voor een onthulling die niet alleen plechtig, maar ook warm en bezielend zal zijn. Op die zonnige dag vult de Wereld van Veen zich met mensen die samenkomen om een plek te openen waar kinderen voortaan geëerd en herdacht zullen worden.
Ieder jaar sterven duizenden kinderen, te vroeg, te onverwacht. Dit monument biedt hun een thuis in herinnering. Het is een plek waar verdriet en verbondenheid samenvloeien, waar stilte spreekt.
Herman van Veen, vader van het idee, verwoordt het zo: “Dit monument moest er komen. Overal tref je terecht een monument aan voor de onbekende soldaat, maar nergens een monument voor het onbekende kind. Dit is geen oorlogsmonument, dit is een plekje voor alle kinderen die doodgingen door ziekte, ongeluk of honger, door oorlog of geweld. Een plekje om iets te delen, om te rouwen, te bezinnen, en om even stil te staan bij al die kinderen die geen naam hebben.”
De zon straalt, de lucht trilt van verwachting en met het planten van een rozenstruikje* in het hart van de cirkel, door de kinderen van Sil wordt het het monument liefdevol onthuld.
Wanneer de plechtigheid voorbij is, blijft er een gevoel hangen dat groter is dan woorden. Zoals een van de genodigden zacht zegt: “Voor ieder overleden kind, gekend of ongekend, wordt ’s nachts een sterretje ontstoken aan het firmament. Hier sta je daar bij stil.”
* Het rozenstruikje wil niet gedijen in de veengrond en wordt één jaar later vervangen door een kunstwerk ‘Roos’,
