We zitten in de verrassend eenvoudig aangeklede kleedkamer tegenover Herman van Veen. Hij vraagt wie we zijn en wat we hem te vertellen hebben.
Monica stelt Sil en mij voor en tot slot zichzelf. Nerveus zegt ze: ”…. en ik ben Monica, voor de uitvaart van uw leven” (de slogan van haar bedrijf). Ze schrikt er zelf van, voelt zich wat ongemakkelijk. Herman barst in lachen uit, wat aanstekelijk werkt.
Nu spijkers met koppen… en ze vertelt gedreven verder over de verdrietbrieven en over het idee met betrekking tot zijn hulp.
“Een prachtig idee…”
Er ontspint zich een gesprek over leven en dood en over kinderen die het niet lang gegeven is om ten volle kind te zijn. Herman blijkt al langer rond te lopen met een droom: een monument voor kinderen. Hij heeft het over de bomen die hij heeft geplant in het Land van Ooit, over het Graf van de Onbekende Soldaat, over het belang van een monument voor de vele onbekende kinderen die wereldwijd veel te vroeg sterven. “Een locatie heb ik al, alleen de vorm ontbreekt nog”.
En dan : “Jullie zouden het kunnen ontwerpen en realiseren. Ga naar de Wereld van Veen in Drenthe, bekijk de plek, kom met een plan en we beginnen.”
Plotseling horen we het donderen! Wij???
Tijdens de rit naar huis concluderen we dat de verdrietbrieven al halverwege de ontmoeting waren uitgezwaaid, verdwenen in de opwinding van het gesprek. Hermans aandacht, die elders lag, nam ons wonderbaarlijk snel mee naar dit nieuwe avontuur. Het leven brengt ons iets om ons over te verbazen en tegen uitdaging zeggen wij “Ja!”
Waarop hebben we ‘Ja’gezegd?
